Inhoudsopgave

Inhoud

  1. 1.Inleiding
  2. 2.De theorie van boekhouden
  3. 3.Inrichten van de boekhouding
  4. 4.Uw eerste boekingen
  5. 5.De btw-aangifte
  6. 6.Afsluiten boekjaar
  7. 7.Moeilijke boekingen
  8. 8.Slot
  9. 9.Begrippen

Afschrijfbedrag berekenen

Om te kunnen afschrijvenHet verdelen van aanschafkosten over gebruiksjaren op een bedrijfsmiddelDingen die u in uw onderneming gebruikt en die niet verkocht worden, moet u het bedrag bepalen dat u jaarlijks mag afschrijven. Daarvoor heeft u drie gegevens nodig.

1. De aanschafkosten

Deze bestaan uit:

2. De restwaarde

Dat is de waarde die het bedrijfsmiddel vermoedelijk nog zal hebben op het moment dat u het niet meer kunt gebruiken voor uw onderneming. Voor het bepalen van de restwaardeGeschatte waarde van een bedrijfsmiddel aan het einde van de levensduur kunt u overleggen met de leverancier van het bedrijfsmiddel. Deze kan meestal goed inschatten wat het bedrijfsmiddel na verloop van tijd nog waard is.

3. De vermoedelijke gebruiksduur (in hele jaren)

In principe is dat de technische levensduur van het bedrijfsmiddel, dus de periode totdat het helemaal versleten is. Maar u mag uitgaan van de economische levensduur als die korter is dan de technische levensduur. De economische levensduur van een bedrijfsmiddel is verstreken als het geen economisch nut meer heeft voor uw onderneming, ook al is het technisch nog in goede staat. U mag per jaar maximaal 20% van de aanschafwaarde afschrijven en moet dus in minimaal vijf jaar afschrijven.

Met deze drie gegevens kunt u vervolgens berekenen welk bedrag u per jaar mag afschrijven. U gebruikt hiervoor de volgende formule:

[aanschafwaarde] - [restwaarde]
-----------------------------------------------------
[aantal gebruiksjaren]

U koopt bijvoorbeeld een computer van € 1.000,00. De gebruiksduur is vijf jaar en de restwaarde is na die vijf jaar nog € 100,00. Het bedrag dat u jaarlijks mag afschrijven is dan:

€ 1.000,00 - € 100,00
                --------------------------------------- = € 180,00
5