Inhoudsopgave

Uw eerste boekingen

Het woord ‘boeken’ betekent niet meer dan het invoeren van een boekstuk. In de boekhoudingHet vastleggen van de financiële gegevens van een bedrijf voert u de volgende boekstukkenEen bewijsstuk voor een financiële handeling in:

Het verschil tussen een bonnetjeBewijs van betaling en een factuur is klein. Een factuur betaalt u doorgaans achteraf en een bonnetje betaalt u direct bij aankoop. Om de eenvoud te bewaren gaan we ervan uit dat alles wat direct betaald wordt een bonBewijs van betaling is en dat alles wat achteraf betaald wordt een factuur is.

U zult in de praktijk een vast moment kiezen waarop u gaat boekhoudenHet vastleggen van de financiële gegevens van een bedrijf; wekelijks, maandelijks of per kwartaal. U werkt uw boekhouding bij door alle boekstukken die nog niet ingevoerd zijn, in te voeren. De meest logische volgorde om dit te doen is als volgt:

  1. Facturen (ontvangen en verstuurd)
  2. Bankafschriften
  3. Bonnetjes

Het is immers pas mogelijk om een betaling voor een factuur in te voeren als de factuur reeds is ingevoerd in de boekhouding.